Examens mavo en vmbo

Schoolexamen

Al in de derde klas begint de leerling aan het examenpro-gramma. Het schoolprogramma duurt twee jaar. Aan het begin van het derde jaar krijgt de leerling het examenreglement en het programma voor toetsing en afsluiting (PTA). In dat PTA staat precies vermeld wat de leerling voor ieder vak moet doen.

Voordat de leerling mee gaat doen aan de Centrale (landelijke) examens, moeten alle onderdelen van het schoolexamen zijn afgerond. De vakken Maatschappijleer 1, Lichamelijke Opvoeding, Keuzevakken en Kunstvakken 1 (CKV) kennen alleen een schoolexamen. De Maatschappelijke Stage moet eind leerjaar 3 naar behoren zijn afgerond en het Loopbaandossier moet op orde zijn.

Om te kunnen slagen moeten alle kader- en mavo-examenkandidaten met ingang van het schooljaar 2015-2016 de rekentoets hebben afgelegd. Leerlingen moeten ten minste een 4,5 halen voor de rekentoets. Bij een cijfer lager dan een 4,5 wordt een leerling uitgesloten van het examen.

Centraal Schriftelijke en Praktische Examens

In alle leerwegen maakt de leerling voor het beroepsgerichte programma ook een centraal praktisch/schriftelijk examen (CSPE).

Centraal Examen

In april, mei en juni worden de Centrale Eindexamens afgenomen. Het cijfer van het schoolexamen en van het centraal examen vormen samen het definitieve eindcijfer. In het eerder genoemde examenreglement kunt u nalezen aan welke normen de leerling moet voldoen om te kunnen slagen. In het reglement kunt u ook lezen aan welke norm de leerling moet voldoen voor het vak rekenen.

Tweede vmbo-diploma

Het is voor BB-leerlingen mogelijk om een tweede vmbo-diploma te behalen. Na het behalen van het eerste BB-diploma kan een leerling ervoor kiezen - met een positief advies van de docenten - om te gaan stapelen. De leerling kan dan in het vijfde leerjaar opgaan voor het KB-diploma. Dit is voor goed presterende BB-leerlingen een kansrijke route en geeft hen meer mogelijkheden op het mbo.